Categorie archief: Ponytram

Johan Montenberg en zijn ponytrammetje

Ruim dertig jaar lang reed het ponytrammetje van Johan Montenberg in zijn bostuin aan de Oxerweg 20 in Joppe rond.

Als kind heb ik tot een paar jaar voor zijn dood regelmatig het trammetje bezocht en waar mogelijk meegeholpen met het beheer en onderhoud. Of er gewoon heerlijk rondgehangen.

Het ponytrammetje was lastig te typeren als een attractie of museum aangezien het min of meer toevallig en spontaan rond zijn woning ontstaan en gegroeid was. Het terrein was een rommelige, letterlijke beestenboel, naar de huidige maatstaven zou de kwalificatie “verwaarloosd” van toepassing zijn.

Ik wil benadrukken dat de voorgaande omschrijving nou juist de charme en aantrekkingskracht van het hele gebeuren was. Johan Montenberg streefde naar eigen zeggen naar een zo authentiek mogelijke toestand, had een uitgesproken hekel aan commercie en regulering, en was de mening toebedeeld dat de huidige jeugd een ernstig gebrek aan levendige fantasie heeft.

Anno 2013 kan ik hem niet anders dan gelijk geven met ons massaconsumentisme, multimedia-entertainment en maatschappelijke overregulering.

Johan Montenberg was een begenadigd verhalenverteller. Als er niet gewerkt of met de tram gereden werd kon hij zijn publiek vermaken met de meest diverse en prachtige verhalen en was een levende encyclopedie over spoorwegzaken.

Johan Montenberg voor zijn Ponytram

Bron:Streekarchivariaat. Klik voor meer foto’s en vergroting.

Jeugd

Johan Wilhelmus Montenberg werd geboren op 14-12-1905 in Ubbergen en kwam uit een spoorwegfamilie, zijn vader was ingenieur bij de staatsspoorwegen en werd later burgemeester van achtereenvolgens Breskens en Boskoop.

Als gevolg van de wisselende aanstellingen van zijn vader heeft Johan Montenberg op heel veel plekken verspreid door Nederland gewoond. Omstreeks 1920 streek het gezin Montenberg neer in Hilversum.

Johan Montenberg was in zijn jeugd al gek van treinen, hij spijbelde van school om bij de machinist op de bok van de locomotief te kunnen staan.

Carriere als makelaar

Rond 1923 kwam Johan Montenberg bij een makelaar, Olthof, in de leer om later, na het faillissement van zijn baas, zelfstandig als makelaar door het leven te gaan, dit zonder enige diploma’s. Johan Montenberg wist een bloeiende praktijk tot stand te brengen die zich primair richtte op Nederlanders die terugkeren uit de Nederlandse koloniën. Mede door de beurskrach van 1929 droogde deze inkomstenbron op tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog besloot Johan Montenberg naar het Oosten van Nederland te trekken waar hij zich uiteindelijk in de buurt van Joppe vestigde, een dorpje langs de spoorlijn Deventer – Zutphen.

Spoorweghistoricus

Vanuit zijn houten chalet in Joppe keeg Johan Montenberg in de jaren ’60 in toenemende mate belangstelling voor regionale spoor- en tramlijnen, alsook voor smalspoor, een transportsysteem dat vóór de uitvinding van de vorkheftruck een groot aandeel had in het interne transport op landgoederen, (veen)ontginningen, de agrarische sector en de industrie.

Hij schreef twee boeken over de spoor- en tramwegen uit de regio Deventer – Zutphen, die, door hun volledigheid en detaillering, tot op de dag van vandaag worden gebruikt als bron voor een breed scala aan regionale historische boeken en artikelen.

Voor wat betreft smalspoor, in het bijzonder veldspoor, heeft Johan Montenberg naast veldonderzoek ook veel archieven geraadpleegd en samengewerkt met andere spoorweggeïnteresseerden.

Naast materiaal over zijn eigen ponytram heeft Johan Montenberg een viertal artikelen gepubliceerd over veldspoorwegen.

Veel van zijn kennis is door andere spoorweghistorici uit zijn tijd als input gebruikt voor een veelvoud aan artikelen over veldspoor- en tramwegen.

Naast een fenomenale kennis over bovengenoemde spoorse onderwerpen, had Johan Montenberg een flinke bibliotheek, een grote fotocollectie en een lijvig archief opgebouwd met informatie over tram- en veldspoorwegen, alsook het normaalspoorbedrijf.

Door al dit onderzoek kon het gebeuren dat Johan Montenberg belangstelling kreeg voor een klein ponytramrijtuigje op een Veluws landgoed bij Nunspeet.

Smalspoor Ronde Huis Nunspeet

In 1906 werd in opdracht van Frank van Vloten, een ingenieur, het “Ronde Huis” gevestigd in de bossen bij Nunspeet, een markant rond landhuis met bijbehorend landgoed.

Bron: Wikimedia Commons

Bron: Wikimedia Commons

Voor de bereikbaarheid vanaf station Nunspeet en ten behoeve van intern transport op het landgoed rond het Ronde Huis werd een zogenoemde Decauville-baan aangelegd, een licht geconstrueerde veldspoorbaan met een spoorwijdte van 60 centimeter, opgebouwd uit kant- en klare draagbare spoorsecties die sterke overeenkomsten hebben met die van een gangbare modelbaan.

Bron: Lavori di terra dell'ingegnere Giuseppe Martelli; Ulrico Hoepli; Milano 1881

Bron: Lavori di terra dell’ingegnere Giuseppe Martelli; Ulrico Hoepli; Milano 1881. Bron: Wikimedia commons

Over de herkomst van dit spoor en materieel bestaan nog zeer veel onduidelijkheden en foutieve aannames.

Ook de in artikelen genoemde eindpunten van de baan roepen vragen op, stroken niet met oude landkaarten en spreken elkaar tegen. Nader onderzoek in archieven is hier zeer zeker gewenst om een eenduidig beeld te krijgen over dit smalspoorbedrijf.

Een tijdlang was er een verlenging naar Saxenheim, een camping bij Vierhouten, er zouden zelfs sporen van goud zijn gevonden in dit gebied, overigens te weinig om rendabel uit de bodem te halen.

In de eerste jaren zou de lijn helemaal door hebben gelopen tot Vierhouten waarvoor stoomtractie en tien rijtuigen gebruikt werden.

De lijn naar Vierhouten zou al in een eerder stadium zijn opgebroken, waarna de exploitatie uitsluitend met paardentractie plaatsvond. Er bestaat overigens geen hard bewijs voor het gebruik van stoomlocomotieven of een lijn naar Vierhouten en bestaat er twijfel of het tramrijtuigje van Johan Montenberg nou geschikt was voor paardentractie (kettingrem) of mechanische tractie (schroefrem). Tijdens de periode in Joppe had het rijtuigje overigens een voor paardentractie geschikte kettingrem.

Beweerd wordt dat het twee-assige rijtuigje afkomstig is van de Ginnekense paardentram bij Breda, maar op foto’s zijn geen overeenkomsten te zien in constructiewijze.

Ook de bewering dat het tramrijtuigje tijdens de wereldtentoonstelling van 1898 in Parijs heeft rondgereden lijkt geen stand te houden, gezien de vierassige rijtuigen die op foto’s te zien zijn en de Duitse fabrikant van het rijtuigje, Glässing & Schwoller (G&S op de aspotten)

Johan Montenberg heeft veel archiefonderzoek en correspondentie besteed aan het volledig maken van de historie van de tram maar is daar helaas nooit volledig in geslaagd.

Na Frank van Vlotens faillissement in 1928 en het opbreken van het smalspoor in 1942 kwam het laatst overgebleven tramrijtuigje van dit smalspoorbedrijf op de Mythstee te staan, een bosgebied ten zuiden van het Ronde Huis, waar het zo’n vijfentwintig jaar lang ongebruikt stond te roesten.

Ontstaan van de ponytram Joppe

De toenmalige eigenaar van de Mythstee, de familie Simon-Thomas, had halverwege de jaren ’60 contact met Johan Montenberg gekregen en was bereid het rijtuigje te doneren.

In het najaar van 1967 werd het inmiddels behoorlijk verroeste rijtuigje naar de Bostuin van Johan Montenberg aan de Oxerweg vervoerd waar hij begon met de restauratie. Toen duidelijk werd dat het rijtuigje na lange stilstand nog altijd rijvaardig was ging Johan Montenberg op zoek naar geschikte spoorrails, die hij vond bij een steenfabriek in Fortmond, een buurtschap in de Ijsseluiterwaarden tussen Zwolle en Deventer.

Hier verwierf hij naast zijn eerste tweehonderd meter rails ook enkele lorries. Met behulp van een gepensioneerde buurman, met ervaring in de wegenbouw, werd een begin gemaakt aan een spoortraject in het bos rond zijn houten chalet.

Al spoedig, in 1968, reed het tramrijtuigje, getrokken door de bejaarde pony Quicky haar eerste meters over het spoortraject.

Mechanisering en uitbreiding

In 1972 werd het smalspoorbedrijf gemechaniseerd met de uit de steenfabriek Joseph v.d. Loo te Olburgen bij Dieren afkomstige Orenstein en Koppel RL1A ééncilinder diesellocomotief met fabrieksnummer 4903 uit 1932.

image005

Bron: Industriespoor.nl

Gaandeweg kwamen er meer rails bij en werden een aantal goederenlorries omgebouwd tot open en gesloten personenrijtuigen. Ook vonden twee oude mijnbouwlorries hun weg naar de tram.

Pony Fury volgde de stokoude Quicky op. Ook kwam er een rijtuigje bij om tochtjes over de weg te maken en om kinderen uit de nabij gelegen camping “De Vlinderhoeve” naar de ponytram te vervoeren en in 1982 verwelkomde de ponytram een tweede diesellocomotief, een DIEMA DS 16 uit 1953

Rond 1987 kwam er een Orenstein & Koppel H1 locomotief bij uit de boedel van steenfabriek “de Werklust” in Losser, type H1 met fabrieksnummer 2244 uit 1924. Deze had meer dan 25 jaar buiten dienst gestaan en had inmiddels niet meer de originele tweecilinder benzinemotor maar een éénciliner dieselmotor.

In de jaren 90 werd nog een replica van een Ginnekens Paardentramrijtuigje gebouwd.

Modelbanen

Eind 1975 werd de ponytram uitgebreid met een LGB baan, een modelbaan geschikt voor de buitenlucht in de schaal 1:22,5. Hierop reden twee treinen rond, één van een Duitse smalpoorlijn en één van de Durango & Silverton Narrow Gauge Railroad, een Amerikaanse drievoetsspoorlijn (914 mm) uit Colorado.

image006

Bron: Google picture search

Daarnaast had Johan Montenberg een uitgebreide Märklin-modelbaan in een schuur naast zijn huis.

Toekomstplannen

De gemeente Nunspeet vond het achteraf erg jammer dat ze met het verdwijnen van het ponytramrijtuigje naar Joppe een stuk van hun erfgoed hadden verloren. Vanaf 1974 werd er met Johan Montenberg gecorrespondeerd over terugkeer van de ponytram naar de gemeente Nunspeet, die het idee had om bij voormalig station Hulshorst, aan de spoorlijn Amersfoort – Zwolle, een kleine veldspoorbaan te exploiteren. Terugkeer naar de oorspronkelijke locatie bij Nunspeet was niet meer mogelijk door de aanleg van een golfbaan en diverse eigenaars van het versnipperde gebied rond het voormalig landgoed van het Ronde Huis.

Nog in 1987 is er een Nunspeetse delegatie naar Joppe gekomen om te praten over mogelijke terugkeer van het rijtuigje na Montenbergs dood.

Rond 1983 was er sprake van de mogelijke donatie van een grote hoeveelheid smalspoormaterieel aan Johan Montenberg door een Duits mijnbedrijf. Aan de Oxerweg was te weinig plaats voor de twee zware diesellocs, acht mijnwagens en de bijbehorende rails en wissels, nog afgezien van het feit dat het reeds aanwezige veldspoor te licht was voor de Duitse mijndiesels. Plannen om dit materieel bij het voormalig treinstation in Gorssel, direct naast de dorpskern van Joppe te exploiteren zijn nooit gerealiseerd.

Juridische status en autoriteiten

De ponytram is op een zeer spontane manier ontstaan en met behulp van vele vrijwilligers tot zijn uiteindelijke vorm en omvang gegroeid.

Er was in eerste instantie nooit nagedacht over een rechtsvorm, van toepassing zijnde vergunningen, eigendomschap of opvolging.

Pas in 1982 werd de Stichting Pony- en Motortram ’t Joppe opgericht, rond 1988 kwam daar de stichting “Vrienden van de Ponytram” bij.

De burgemeester van de voormalige gemeente Gorssel hechtte geen waarde aan een van de weinige toeristische attracties die de gemeente rijk was. Zo liet hij zich in de pers eens ontvallen dat “Het hele gebeuren in Joppe om Montenberg draait. Dat Bohémien-achtige gedoe van die kinderen die daar kunnen prutsen met een pony en een tram maakt het aardig. Maar het is voor ons geen Mondriaan die dreigt te vertrekken”.

De gemeente heeft in die zin altijd de ponytram gedoogd, totdat één of meer buurtbewoners gingen klagen over stank- en lawaaioverlast.

Twee jaar voor het einde van de pontram is er, als gevolg van procedures aangespannen door omwonenden, een milieu- of hinderwetvergunning aangevraagd.

Tijdens deze procedures kon Johan Montenberg het doorrijden met de tram niet laten en kreeg hij als gevolg hiervan herhaaldelijk bezoek van de politie.

De laatste jaren

Naast de ouderdom van Johan Montenberg, vormde een teruglopende belangstelling en gebrek aan vrijwilligers in toenemende mate een bedreiging voor het voortbestaan van de ponytram.

Aan het begin van de jaren ’90 was er een grote opleving als gevolg van een nieuwe schare toegewijde vrijwilligers en de betrokkenheid van leerlingen van de Deventer Scholengemeenschap van Marle, die de de Orenstein &Koppel RL1C diesellocomotief reviseerden en een replica van de Ginnikense paardentram bouwden.

De bijna letterlijke doodsteek voor de ponytram en Johan Montenberg kwam in de vorm van nieuwe buren, die geen middel onbenut lieten om de ponytram wegens vermeende overlast juridisch aan te pakken.

Deze ontwikkelingen worden als voornaamste oorzaak gezien voor Johan Montenbergs overlijden op 1 februari 1996, waarna hij begraven is op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Bosdrift in Hilversum.

Nalatenschap

Na Johan Montenbergs heengaan is het bokkentuig, gebruikt om het paardentramrijtuigje voort te trekken, opgenomen in de collectie van het Speelgoedmuseum in Deventer.

De smalspoorcollectie is overgegaan naar Stichting Rijssens Leemspoor en is daar tot op de dag van vandaag in rijdende staat te bewonderen.

Bibliografie

Bronnen